© All rights reserved  /  Website: Fien Leysen

  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube
  • Instagram
  • LinkedIn

Storyteller

BRIEF AAN CAMILLE I -

OVER GEBOREN WORDEN

Liefste Camille,

 

Mijn beste vriendin heeft een kind gekregen.
Dat ben jij. Je moeder en ik waren ooit beste vrienden.
We zijn dat al even niet meer.
Dat is niet erg, dat is niet slecht. Er is niks gebeurd. 

Geen dramatische ontwikkelingen, geen ruzies. 

Gewoon het leven. Je zal zien hoe dat gaat. 

 

Soms ben je beste vrienden, voor eeuwig, net zoals je moeder en ik, en dan zie je elkaar plots jaren niet meer terug.

Dat kan gebeuren. Dat klinkt misschien vreemd. Zeker nu je nog een baby bent, nu klinkt alles misschien vreemd.

Later doet het dat misschien ook, wanneer je voor het eerst een beste vriend vindt. Je zal het niet geloven.

Net zoals wij 15 jaar geleden. Wij hadden het ook niet geloofd.


Wij zeiden dat we er voor altijd en altijd en altijd en eeuwig en voor elkaar en voor altijd waren. Zo zeiden we het.

Maar het kan ook van niet. En dat is helemaal niet erg. Dat beloof ik.

Want je eerste beste vriend is dat toch ook wel. Voor altijd.

 

Je moeder en ik komen uit een andere tijd.
Wij zijn nog heel jong, maar wij zullen altijd “oud” en “ouder” zijn voor jou. 

 
We groeiden op voor de “selfie” bestond, wij namen foto’s voor onszelf - soms van onszelf - en wij deelden ze niet met de wereld, alleen met elkaar. Van zodra er een woord voor bestond betekende het plots iets anders.

Door het internet is “het zelf” iets geworden wat je continu moet delen.

Niet dat ik tegen “het internet” ben - je moeder en ik leerden elkaar kennen op het internet.
In een chatroom. Terwijl we eigenlijk in dezelfde school zaten. Dat is een gek verhaal.
Je moet haar daar maar eens naar vragen.

 

Maar wat ik wil zeggen, Camille, is dat ik hoop dat je nooit het gevoel krijgt dat je jezelf moet delen.

Met een wereld die jou eigenlijk niet kent. Dat je jezelf kenbaar moet maken. Dat je foto’s moet nemen voor iemand anders dan jezelf of met een ander doel dan enkel het moment te willen vasthouden of het je later te kunnen herinneren.

Jij bent alleen van jou. 

En van je mama.

En ook een beetje van je papa natuurlijk, maar hem ken ik niet zo goed. 

 

Ik hoop ook dat je eerste beste vriend je hetzelfde zal zeggen.

Dat jullie samen de wereld trotseren in zijn digitale of analoge vorm.

Dat jullie elkaar vertellen dat het onbelangrijk is wat andere mensen van jullie denken.

Dat jullie dat lang geloven en er naar leven, en de zotste dingen doen. Dat jullie in pyjama over straat lopen.

Luid met alles meezingen. Nieuwe regels bedenken. Zoals hoe je bij de eerste sneeuwval steeds een wens mag doen.

Dat hadden je moeder en ik bedacht toen we 13 waren. Dat je bij de eerste sneeuwval een wens mag doen.

Je mag hem niet uitspreken, en alleen dan zal hij ooit uitkomen. 

Wij hadden dat bepaald. En dus was het zo.


Bij de eerste sneeuwval van het jaar denk ik telkens aan je moeder. En vanaf nu ook aan jou.
Want het sneeuwde en jij werd geboren. Zij had dat wellicht ooit zo gewenst. 

 

En toen ze me vertelde dat jij geboren was, en ik de sneeuw zag, wenste ik voor jou wat wij hadden. Je moeder en ik.

Dat wil zeggen dat ik hoop dat als jij dertien en veertien en vijftien en zestien bent, dat jij dezelfde dingen kan doen.

Dat je nieuwe regels kan bedenken, dat je vijf uur durende telefoonconversaties kan houden - tegen dan is dat toch allemaal gratis - en dat je ergens op een veld, na een concert, in een hangmat, bij een zonsopgang of -ondergang tegen je beste vriend kan zeggen dat het hier goed is. 

 

Nieuwsbeeld na nieuwsbeeld doet vermoeden dat het steeds slechter gaat met ons.
En met de wereld. En ik weet niet hoe je oorlog uitlegt aan een kind.

Ik weet niet hoe je uitlegt waarom een kleuter bij eerste sneeuwval sterft omdat hij geen huis heeft om zich van de vrieskou te beschermen. Ik weet niet hoe je uitlegt waarom sommige mensen niet als mensen behandeld worden.

Die dingen vallen ook helemaal niet uit te leggen.

 

Dus ik hoop stiekem dat jij je daar nog even geen vragen over stelt. Over moet stellen.
Dat jij straks gewoon je muziek te luid speelt en in de regen wil dansen en clichés opschrijft maar ze poëzie noemt - omdat ze waar en mooi zijn tegelijkertijd - en dat jij brieven kan schrijven met hartjes op de i’s en dat jij iemand vindt die er voor altijd en altijd en altijd en eeuwig en voor jou en voor altijd kan zijn.

Je hoeft daar trouwens niet zo ver voor te zoeken.

Als je bang bent of net niet, als er iets is dat je aan niemand durft te vertellen of iets dat je het liefst zou uitschreeuwen,

als je een beste vriend nodig hebt, dan weet ik nog een goeie. Ik denk dat je moeder nog erg veel op haar lijkt.

Want wij worden wel ouder, Camille, maar wij veranderen niet echt.

Toch niet zo hard dat we niet meer op onszelf gaan lijken.
En als beste vriend kan zij wel tellen.

Zorg voor haar, hou van haar, heb haar nodig en soms ook niet. 

 

Liefs,

Fien